Verrukkelijk parcours met oases van rust bij de Reynaertstappers te Sinaai-Waas

Geschreven door Frans D'Haeyere op 13-08-2012

Het was al enkele jaren geleden dat ik nog de Waaslandstreek verkend had maar wat heet ver in ons land? Na een uurtje rijden kom je al heel ver. Het zou een heerlijk weertje worden, toen ik Sinaai-Waas naderde was het lastig rijden met de opkomende lage zon. De morgenstond heeft goud in de mond, zullen velen gedacht hebben, om 7u kwamen al trosjes wandelaars de startzaal uit. Na een korte kennismaking met de voorzitter bij een dampende kop koffie kon het werk beginnen. Ik maakte mij op voor de 23,6 km, de op één na grootste afstand. 

 

Sinaai is een deelgemeente van de stad Sint-Niklaas (72.000 inwoners, hoofdstad Land van Waas), Belsele en Nieuwkerken-Waas zijn de andere deelgemeenten. Klein-Sinaai is een deelgemeente van Stekene. In Sinaai wonen zo’n 6.100 inwoners. ‘Sin’ zou met ‘zwijn’ te maken hebben. ‘Aai’ is een synoniem voor rivier (‘Aa’). Sinaai is ook genoemd naar de berg Sinaï in Egypte. Aan de voet van die berg bevindt zich het bekende Sint-Katharinaklooster en werd in de 9e eeuw het stoffelijk overschot van Catharina van Alexandrië ontdekt, de heilige Catharina is de patrones van Sinaai-Waas. De parochiekerk van Sinaai met omliggend kerkhof, juist tegenover de startzaal, heet dan ook de Sint-Catharinakerk. De oudste delen van deze kerk dateren uit de 14e eeuw maar de kerk werd grondig verruimd en verbouwd in een byzantiniserende neostijl. Karakteristiek is de voorgevel uit 1840. 

  

De twee grootste afstanden werden meteen afgesplitst, wij zouden een ‘stiltegebied’ bewandelen.  Deze plaatsen zijn een zeldzaamheid in ons land. De talrijk aanwezige geluidsbronnen in combinatie met een beperkte oppervlakte zorgen ervoor dat de kans op een verhoogd geluidsniveau toeneemt. De inperking van deze hinder creëert stiltegebieden. Het betekent niet dat je in zo’n gebied nu helemaal niets hoort, vogeltjes zorgen ook voor geluid, maar verstorende geluiden eigen aan een leefomgeving worden weggenomen. Kort gezegd: een stiltegebied is een gebied waar gewenst geluid aanwezig is en ongewenst geluid afwezig is. Het ruisen van de bomen, een kabbelende beek, loeiende koeien worden niet als storend ervaren. Stilte is niet het totale gebrek aan geluid maar een aangenaam geheel van geluiden. Geen verkeer of drukte in het gebied dat wij bewandelden: heerlijke stroken bos met een grote variëteit aan bloemen en planten, groene open plaatsen waar men het gevoel heeft terug te keren in de tijd, oases van rust. Mijn fascinatie voor de ongerepte natuur kwam hier ten volle aan haar trekken, ik heb geprobeerd enkele indrukken op beeld vast te leggen. 

 

Niet verwonderlijk dat menig wandelpaden hier aangelegd werden, het Ettingpad is er één van, we zouden het een tijdje volgen.  Etting zou verwijzen naar beweiden zonder hooien. Hier zou een spontane flora, goed beheerde houtkanten voorkomen. Eens terug in de bewoonde wereld passeerden wij enkele fraaie boerderijen die goed aansluiten met het karakter van deze typische streek. De Sint-Catharinaschool heeft bomenrijen aangeplant. Knotwilgen zie je hier ook, ze maken deel uit van het beheer agrarisch landschap Oost-Vlaanderen. Ongemerkt kwamen we terug Sinaai binnen. Eerst nog passeerden wij de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette op de hoek van de Hondsnetstraat en de Tinelstraat. Zij herinnert aan de verschijning van O.L.Vrouw aan twee kinderen in een grensdorpje van Grenoble op 19 september 1846. Dit fraai kapelletje werd gebouwd tussen 1844 en 1857, in 1967 kreeg de kapel een opknapbeurt. In 1985 legde een stormwind de kapel in puin maar op 30 april 1987 werd een nieuwe kapel ingewijd. Het ging verder langs de Edgard Tinelstraat verwijzend naar de componist van enige betekenis (1854-1912)die in Sinaai geboren werd. We kwamen via rustige wegen in een stukje Belsele (andere deelgemeente van Sint-Niklaas) terecht.  Intussen was er een samenvloeiing met de kleinere afstanden, plots was er veel volk te zien.  Aan het kruispunt Ransbeekstraat/Puiveldestraat  staat de kapel Onze-Lieve-Vrouw van zeven Weeën uit 1873 die staat op de inventaris van het Bouwkundig Erfgoed, ze werd opgetrokken in de neogotiek. Inmiddels wandelden wij Puivelde binnen waar de rustplaats zich bevond (loods D’Haese), 8 km waren afgelegd. Puivelde is een zelfstandige parochie met zijn eigen Sint-Jobkerk, bestuurlijk is het een gehucht van de voormalige gemeente Belsele, op haar beurt een deelgemeente van de stad Sint-Niklaas. 

 

De extra lus van 5,6 km was enkel weggelegd voor de 30 km, voor mij ging het langs het voetbalterrein van FC Puivelde. De lus was slechts 4,3 km lang maar wel heel mooi. Vooral de Weduwe Voswegel en de Dryschouwwegel op het grondgebied Belsele spraken tot de verbeelding. De WeDuwe Voswegel paalt aan het beukenbos dat we zopas doorgetrokken zijn, het wordt ook nog het Gouden Leeuwpad genoemd. De wegel heeft een lengte van 1650 meter en loopt zigzag (vanwege de bospercelen die er langs liggen) vanaf de kerk van Puivelde tot de Gouden Leeuwstraat. De wegel is goed onderhouden, hier en daar erg smal, heeft een zandbodem. De typische bosvegetatie noopt tot extra aandacht voor de aanwezige bloemen en planten. Ook de Dryschouwwegel, en even verder ook de Belselewegel,  is een trage weg met belangrijke verbindingsfunctie. Het woord ‘vos’ is gevallen en dan zijn we meteen bij Reinaert de Vos aangeland, hij heeft blijkbaar ook een weduwe gekend. Het Land van Waas, waartoe deze streek behoort, is doorspekt van het dierenepos ‘Van den vos Reinaerde’. Iedere gemeente van deze streek heeft benamingen, voorwerpen, standbeelden, routes, banken,  diverse toeristische activiteiten… die de link leggen met het hoofdpersonage van dit epos en aan verbeelding ontbreekt het zeker niet.  De organiserende club draagt trouwens ook de naam ‘Reynaertstappers’. Sinaai beschikt toch wel over een uitgebreid net van wegen en dreven, akker- en weidebegrenzingen die verwijzen naar een verleden van zandgrond. Dan weer letten op het witte bord met Sinaai, wat er op wees dat wij terug bewoond gebied betraden en de controle niet meer veraf kon zijn. De rustplaats in zaal Toon in Puyvelde lag even voorbij de Sint-Franciskerk Wijnveld op de Catharinaparochie. De kerk werd op 15 augustus 1956 ingezegend, je zou het niet zeggen want het gebouw ziet er nog redelijk nieuw uit. Het zaaltje zat goed vol, niet verwonderlijk uiteraard, alle afstanden kwamen hier voorbij, de grootste zelfs twee maal. 12,3 km zaten erop, nu zou een lang stuk van 8,8 km volgen om vervolgens hier terug te keren.

 

Deze lus was voor mij het allermooiste deel van de tocht. Woorden schieten mij te kort om dit stuk te beschrijven, ik zal me beperken tot de headlines. Groen was in ieder geval allesoverheersend, de natuur op zijn mooist, zeker met dit heerlijk weer onder een stralende zon. Bijtjes, vlinders… allen waren ze van de partij om mee te genieten van de bloemenpracht langs de vele onverharde paadjes en weggetjes. Bos, talloze paadjes, nostalgische kasseiwegen zorgden voor oases van rust, wat was dit genieten, de tijd vloog voorbij zonder dat je erop lette. Veel van deze wegen waren enkel toegankelijk voor wandelaars en fietsers, voor ons een ware luxe. Een van die paden liep langs de spoorweglijn (spoorlijn 56), de stations liggen hier druk bezaaid, de stations van Sinaai en Belsele zijn slechts anderhalve kilometer van elkaar verwijderd. Markant hierbij is dat het station van Sinaai eigenlijk op het grondgebied Belsele ligt maar aangezien het station Belsele al bestaat moest het een andere benaming krijgen, vandaar. Het station Sinaai beschikt over een stationsgebouw van 1895, het werd onlangs gerenoveerd en dat is eraan te zien. Ik steek de spoorweg over op weg naar de rustpost in zaal Toon Wijnveld en dit voor de tweede keer. Deze lus was toch wel extra lang, bijna 9 km, niet dat het verveelde, maar dorst kreeg je er wel van met deze warmte. Het zaaltje zat nu wel overvol, zelfs buiten was er onvoldoende plaats. Ergens aanzitten bij andere wandelaars is nooit een probleem en daarmee is het euvel van de baan. Er was voor mij geen haast bij want ik moest even bekomen.

 

  Nog slechts 2,2 km scheidden mij van het einde. Het was nu vooral genieten van de vele babbeltjes die ik sloeg met de wandelaars die ik voorbijkwam, het fototoestel was uiteraard niet veraf. Het bleef mooi tot aan de Dries, bijna aan het einde van de tocht. Een dries is een driehoekig dorpsplein met daarrond kernbewoning. Opvallend hier zijn de centrale vrijheidsboom en twee waterpompen, beschermd sinds 1983. Opmerkelijk trouwens is de vrij gaaf bewaard gebleven structuur van het dorpscentrum. Dit dorpsplein is 7.000 m² groot, het grasveld wordt diagonaal doorkruist door voetpaden. De vrijheidsboom (zomereik) die zich centraal van de dries bevindt, staat er al heel lang, niemand weet hoe oud hij precies is maar men mag er van uitgaan dat hij minstens 120 jaar oud is. Wel is onlangs gebleken dat hij in zeer slechte staat verkeert en niet zeer lang meer zal leven. Om verval te voorkomen werden paaltjes aangebracht rond de boom. Het aanpalende oud gemeentehuis is ook de moeite waard. Even verder eindstation van de wandeling, de parochiezaal van Sinaai. De lokroep naar de ‘Sinaaise bok’ was te groot om er aan te weerstaan. Dit streekbiertje wordt gebrouwen bij Van Steenberghe, het is een bier van hoge gisting, blond met een alcoholgehalte van 9%. Trouwens wat is er toch in Sinaai met al die bokken? Deze wisselbekertocht draagt de naam ‘Reynaerts-Bokkentocht’, ik ben de Bokwegel tegengekomen, vele inwoners dragen de naam De Bock of iets in die trant. Ik meende dat het misschien de bijnaam was van de inwoners van Sinaai maar dat is het niet (‘Sikkers’ of gierigaards of ‘Schinkeleters’). Ik heb het niet helemaal kunnen achterhalen maar denk dat het te maken heeft met folklore. ‘Schinkeleters’ zijn magere bokken die het plaatselijke carnavalgebeuren sieren. Sinaai rijmt op taai en dat levert het gezegde op ‘Mager en taai gelijk de bokken van Sinaai’.

 

Bokken ga ik de Reynaertstappers niet noemen. De gerenommeerde  grote wandelclub uit Belsele die reeds 28 jaar bestaat, leverde prachtwerk af met deze tocht. De 1750 wandelaars zullen meer dan tevreden geweest zijn. Dank aan Marc Lauwaert (voorzitter) en zijn ganse schare medewerkers voor hun inzet, enthousiasme en vriendelijke ontvangst. Deze trip is zeker voor herhaling vatbaar. Niets dan lof met enige randbemerking dat twee rustposten op verschillende locatie voor een tocht van 23 of 30 km misschien wat weinig is. Lussen van 8 en 9 km zijn wat lang al begrijp ik maar al te goed dat het niet zo vanzelfsprekend is om rustposten in deze landelijke rust neer te poten. Hetgeen wij ervoor in de plaats kregen compenseert dit euvel ruim.

Geniet mee van enkele sfeerbeelden : 

  • fotoreportage ( Frans D'Haeyere )
  • fotoreportage ( Marc Lauwaert )

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate