Harmonietocht volop in het Ieperse groen

Geschreven door Mario Carton op 14-08-2012

Na 3 weken “du vin, du pain et du boursin” aan de Zuid Franse stranden, was het wellicht hoogdringend nog wat aan onze wandelconditie te werken. Hierop trokken we dus naar Zillebeke, alwaar de Boezingse wandelclub ‘ Nooit Moe ‘ haar Harmoniewandeling organiseerde.  Ondanks de warmte , maar ja die waren wij inmiddels al wat gewoon, gaan we volop voor de 30km.

 

Startend  vanuit het OC In ’t Riet , komen we zowaar gewezen gouverneur en erelid van Aktivia , Paul Breyne onder de wandelaars tegen.  Zo ziet men maar , de man heeft blijkbaar ook af en toe nood aan wat onthaasting !  Het gaat meteen de richting uit van Zillebekevijver.  

 

28 ha groot ligt hij net ten westen van het dorpscentrum. De vijver ontstond in de 13de eeuw als waterreservoir voor drinkwater , de lakennijverheid en het voeden van de Ieperse stadsgrachten.  In 1217 werden her en der nog vijf dergelijke vijvers vermeld. Door afdamming van de vallei van de Zillebeek werd de Zillebekevijver gevormd, die rond 1295 ongeveer zijn huidige vorm kreeg. Tegenwoordig dient de vijver voor de productie van oppervlaktewater en is het een natuurlandschap dat ook wordt gebruikt voor recreatie zoals hengelen, wandelen, lopen en roeien. Iets verderop stapten we voorbij het drinkwater productiecentrum regelrecht de verdronken weiden in. Dit laaggelegen, open en natte gebied, heeft een hele geschiedenis achter de rug. Eerst was het een ondoordringbaar moerasgebied waar heel wat beekjes in samenvloeiden. Samen vormden die uiteindelijk de Ieperlee. Van 1200 tot 1383 woonden er veel mensen die er tussen de sloten en de beken hun huizen bouwden. Het waren veelal leerlooiers , ambachtsman.  Vauban zette het gebied onder water door sluizen voor de Ieperlee te plaatsen. Vanaf 1992 werd de Verdronken Weide als wachtbekken ingericht. Het overtollige water kon er een tijdje rusten vooraleer het naar de Ijzer en de zee vloeide. Samen met het water uit Dikkebus- en Zillebekevijver is de voorraad nu voldoende groot om er het hele jaar door drinkwater uit te filteren voor de Ieperlingen. De oevers werden door moerasplanten aangelegd en hiermee ontstond een heel waardevol natuurgebied en vogelparadijs met speciale kijkhutten. 

 

Met de Oude Vaart Ieper-Komen blijven we ook hierna volop van het groen genieten. We stappen af op het provinciaal domein De Palingbeek. Officieel heet hij “het Kanaal Ieper-Komen” maar hij wordt ook nog de “Droge, de Dode, de Komense of de Droge Vaart genoemd. In 1863 werd de eerste spadesteek gegeven voor de aanleg van een verbindingskanaal tussen de Leie en de Ieperlee. Door de vele moeilijkheden werd het kanaal nooit afgewerkt. Momenteel is de Oude Vaart een mooi natuurgebied waarvan de Palingbeek een mooi restant is. Iets verderop komen we voorbij het Bedford House Cemetry. Bedford House, ook gekend onder de naam Woodcote House, was de naam die werd gegeven aan het kasteel Rosendael 1830 meter ten zuiden van de Rijselpoort. Het was een landhuis ten midden van een park met wallen. Het domein bleef voortdurend uit de handen van de vijand maar werd geleidelijk vernield door artilleriebeschietingen. Het werd onder andere gebruikt als veldhospitaal en was het hoofdkwartier van brigades en andere eenheden. Vanaf oktober 1917 was er ook een houtskoolbranderij. Het kasteel Rosendael was oorspronkelijk het kasteel Kerkskenshove van de familie Devroe. Via erfenis ging het over naar Gustaaf de Stuers uit Ieper. Het omwalde domein met ijskelder werd verhuurd aan een lijnwaadfabrikant uit Armentières die de naam veranderde in Rosendael. Geleidelijk werd het domein ingenomen door begraafplaatsen. Nu liggen er 5142 doden van de eerste wereldoorlog en 66 van de tweede wereldoorlog. Daarvan zijn er 3014 niet-geïdentificeerde. Er liggen ook nog twee niet-Commonwealth soldaten. Daarmee is de begraafplaats de vijfde grootste van de Ieperboog.

 

Na 6,7 km mochten we een eerste maal rusten in de milieuboerderij en het bezoekerscentrum “De Palingbeek”. Vele wandelaars kozen de tent op om wat in de schaduw te kunnen verpozen. Na de pauze stapten we het natuurdomein “De Palingbeek” in. Het gebied ligt op de waterscheidingskam tussen de bekkens van de IJzer en de Schelde, via de Leie. Men wenste een kanaal te graven dat de Leie zou verbinden met het Ieperleekanaal. In 1864 vingen de werkzaamheden aan. Probleem was dat men de tot 63 m hoge heuvelrug ten zuiden van Ieper moest doorsnijden. Men trachtte dit te bereiken hetzij met de aanleg van tunnels dan wel het graven van een diepe sleuf. De bodem was echter zeer onstabiel en bestond uit een zandlaag die op klei was gelegen. Voortdurend stortten de constructies in. Ook een over het kanaal aangelegde brug verzakte en brak. In 1913 staakte men de werkzaamheden. Eén jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarna de werkzaamheden nimmer werden hervat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de Palingbeek aan het front van Ieperboog. Zowel Britten als Duitsers bouwden hier stellingen uit. De Britten noemden de steile noordelijke oever van het kanaal The Bluff. In de loop van de oorlog werd hier regelmatig ondergronds oorlog gevoerd, waarbij beide kampen via ondergrondse mijnen probeerden de vijandelijke stellingen te uit te schakelen. De oevers wisselden regelmatig van bezetter. Verschillende betonnen constructies uit die periode zijn bewaard in het gebied. In het domein liggen ook een aantaal Britse militaire begraafplaatsen. Wat van het kanaal bleef bestaan was een 3 km lange sleuf die geleidelijk aan in bezit werd genomen door de natuur. Deze Palingbeek, met het omliggende bos (Molenbos en landgoed De Vierlingen) van meer dan 200 ha en bovendien nog 30 ha open landschap, werd in 1970 ingericht als Provinciaal Domein. Het omvat onder meer een bezoekerscentrum. In de jaren 90 werden ten zuiden van het domein de golfbaan van de Golf & Countryclub De Palingbeek aangelegd.

 

Opvallend langs het ganse parcours was dat de landbouwers het enorm druk hadden met het binnenhalen van de oogst. Deze mensen hadden echt niet de tijd om te gaan wandelen…..

Na 6,5 km naderden we stilaan de gemeente Hollebeke waar in het O.C. een tweede rustplaats was voorzien. De frisse cola deed wonderen want de wandelaars van de 30 km moesten hier rond Hollebeke nog  een lus maken van ongeveer 5,3 km. Een lus die grotendeels langs een deel van het kanaal Ieper-Komen tot tegen de gemeente Houthem ging en terug langs de spoorwegbedding van de lijn Poperinge-Kortrijk. Hier en daar konden we nog wat braambessen meeplukken. Maar tussen deze bedding, waar geen wind aankon werd het wel verschrikkelijk heet. We waren tevreden mensen toen we een 2e maal het O.C. van Hollebeke konden aandoen. Juist het tijdstip om onze hongerige buikjes te spijzen met enkele lekkere broodjes. En dat wandelaars ook in dergelijke warme omstandigheden van een tas lekkere warme soep kunnen genieten zullen de organisatoren geweten hebben. Toen wij er waren was de soep immers bijna uitverkocht. Ik hield het dan maar bij een frisdrankje….. 

Nog 6,20 km voor de boeg voor de 4e en laatste rustpost. Tussen de vele hectaren maïsvelden die Hollebeke rijk is wandelden we opnieuw richting Palingbeek. Om eerlijk te zijn hadden wij van de “Craterpillar” krater nog nooit gehoord. Die is gelegen langs de andere kant van de Palingbeek, onderdeel van het domein Vierlingen.  Een gebied die niet zo gekend is bij velen onder ons. Vandaag de dag is de mijnkrater die bekend staat als "Caterpillar" een vijver, omgeven door bomen. De Caterpillar had oorspronkelijk een diameter van 79m en een diepte van 15.5m. In de onmiddellijke omgeving zijn nog diverse (restanten van) betonconstructies terug te vinden.  De Hill 60 was een kunstmatige heuvel, ontstaan bij het uitgraven van de spoorwegbedding Ieper-Komen. De heuvel dankt zijn naam aan zijn kronkelende vorm. De mijnen van Hill 60 en ‘Caterpillar’ zouden het noordelijk sluitstuk worden van de Mijnenslag van 7 juni 1917. De eerste ondergrondse mijnen werden in de Ieperboog wellicht door de Duitsers tot ontploffing gebracht eind januari 1915 tussen de weg Menen-Ieper en Sint-Elooi. Hiermee was de aanzet gegeven voor een mijnenoorlog, die de volgende jaren de ondergrond van de Ieper- en Wytschaeteboog heel regelmatig deed omwoelen en dood en vernieling zaaide, met als ‘climax’ de Mijnenslag van 7 juni 1917. De ontploffing van de mijnen onder Hill 60 en de Caterpillar om 3.10u in de morgen, kwam dan ook maar net op tijd. Op Hill 60 werd een krater geslagen van 58,2m diameter en 10,1m diepte, die op de Caterpillar mat 79,2m diameter en 15,5m diepte. De ontploffingen van beide mijnen zouden het leven gekost hebben aan 687 mannen van de 204de Duitse divisie.

 

Iets verderop kwamen we  het Hedge Row Cemetry tegen. De Hedge Row Trench Cemetery, eerder bekend als Ravine Wood Cemetery, ligt net zoals de "1St D.C.L.I. Cemetery, The Bluff" en de "Woods Cemetery aan de Verbrandemolenstraat in Zillebeke. Deze drie begraafplaatsen liggen bij elkaar in een landelijke omgeving en zijn via hetzelfde wandelpad toegankelijk. De begraafplaats werd aangelegd in maart 1915 en bleef in gebruik tot augustus 1917. De oppervlakte bedraagt 676m² en het terrein is door een bakstenen muur omgeven. De grafstenen liggen rond het offerkruis in een cirkel omdat de begraafplaats tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar onder vuur lag zodat de graven vernietigd werden en niet meer gesitueerd konden worden. Op de begraafplaats rusten 98 geïdentificeerde Commonwealth militairen. Ondertussen waren we een tweede maal aangekomen in de milieuboerderij en het bezoekerscentrum “De Palingbeek” voor een welverdiende 4e rustpost. Het was er enorm druk en iedereen zocht hier nu wel wat schaduw op want het was er vreselijk warm met temperaturen tot ver boven de 25° Celcius. Na een verfrissing hadden we nog slechts een 3-tal km voor de boeg om terug Zillebeke binnen te wandelen waar het eindpunt was voorzien in ’t Riet. Met een natje en een droogje sloten we deze prachtwandeling af. 

Geniet mee van enkele sfeerbeelden :

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate