Vanuit Watou op, langs en over de Frontiere

Geschreven door Mario Carton op 30-10-2012

Het had geen haar gescheeld of het dorpje dat we vandaag bezoeken was voorgoed in 1793 aan Frankrijk verknocht. Op het grondgebied van het dorpje maken enkele beken zich samen op om iets verder zich in de Ijzer te gaan gooien. Juist die beken zorgden ervoor, dat ze de natuurlijke grens bepaalden tussen Frankrijk en de Nederlanden en het dorpje dus Vlaams bleef. Dit terwijl dorpjes met Vlaamsere namen als Houtkerke , Winnezeele , Steenvoorde of Godewaersvelde juist wel in Franse handen vielen. 

  

Het dorpje leunt met zijn volle gewicht tegen Frankrijk aan : de schreve of de frontiere zoals ze dit alhier zo schoon kunnen zeggen. In de zomer is Watou gedurende drie maand overgeleverd aan poëzie en kunst. Diverse locaties confronteren u met gedichten en beeldende kunst en verleiden ieder jaar opnieuw méér dan 20.000 bezoekers uit het Nederlandse taalgebied. Met het weekend van O.L. Hemelvaart, beleeft het dorp het driejaarlijks festival van het Gregoriaans. Dan weerklinken vanuit de oorspronkelijk Romaanse St.-Bavokerk gedurende 5 dagen de gezangen van tientallen koren vanuit alle uithoeken van de wereld. Gedurende deze periode is het hele dorp in de weer om zangers en bezoekers onderdak te bieden.

 

Meteen een reden voor de Witsoonestappers Krombeke om vanuit dit poëtisch dorp, een heuse ' Frontieretocht ' te houden. We bevinden ons niet meer en niet minder in de uithoek van het Hoppeland , in het bijzonder Watou, alwaar we vanuit Buurthuis Bollaard, na de nodige inschrijvingsformaliteiten en een babbel alhier en aldaar, onze 25 km's lange wandelescapade aanvangen. Na het trieste regenweertje van daags voordien te Dikkebus beloofde het een aangenamer wandelweertje te worden. Landbouwers zijn ook op zondag druk bezig met het rooien van suikerbieten en de Oude-Provenstraat en Callestraat vormen een waar modderspoor.  We flaneren langzaam verder langs gehuchtjes met lyrische namen zoals “de speute” alwaar tussen een gekleurd lappendeken van koolzaad , suikerbieten en rode kool in de verte de contouren van de Cats- & Casselberg als paddenstoelen uit de grond priemen. We genieten volop van de oeverloze stilte en rust die alhier geschied en ons over het glooiend landschap brengt. Uitkijkend naar de nabijgelegen zichten op de panoramische beelden van de Westvlaamse heuvels.

 

In het gehucht ' de Pauw ' treffen we onze eerste rust aan. We genoten van een warme koffie in een te kille schuur, waarna we verder zwerven langs “De Helleketel” en het gehucht “de Vuile Seule”. In de “Nieuwe Appel” zijn we na amper 3,5 km al aan onze tweede rustpost toe zijn. Beide herbergen maken deel uit van de alomgekende volkssportroute. De volkssportroute biedt een evenwichtige mix van streekontdekking met belevingswaarde en gezelligheid als troef. Toen er nog geen sprake was van televisie, internet en computergames, zorgden een aantal typische volksspelen voor ontspanning. Op de tocht langsheen een aantal authentieke cafeetjes kun je de tijd van toen herbeleven. Elke herberg heeft zijn eigen sfeer, klanten en spelletjes. Onderweg zorgen hapjes en drankjes voor de nodige energie langs het volkssporttraject en wie zelf niet moet rijden, kan ervaren dat streekgebonden en hoprijke bieren het gemoed met bedwelmende aroma's doordrenken.

 

Van hieruit stappen we meteen in de richting van het Helleketelbos, gelegen tussen Poperinge en Abele. Het is een 59 hectaren groot bos waar vooral loofbomen groeien. Dit bos is niet zo onheilspellend als zijn naam doet vermoeden. Er wonen geen heksen of duivels, wel bijzondere diertjes. In de vroege ochtend of valavond kan je wel eens oog in oog staan met een ree. De zeldzame baardvleermuis zet dan weer ’s nachts de bloemetjes buiten. In het Helleketelbos krioelt het van het leven! Het bos ligt op een boogscheut van de Franse grens. ‘Helle’ betekent heuvelflank en ‘ketel’ verwijst naar een laagte onderaan zo’n flank. Het Helleketelbos is dan ook een vrij heuvelachtig bos. Onderaan de heuvel vind je de vallei van de Bommelaarsbeek. Smeuïge bospaden worden onze metgezellen, langs de overblijfselen van wat ooit het grootste Atlantische eikenbos was en waaruit veel later de dennen dienden als steunpilaren voor de nabije hoppevelden. Bizarre creaties van schimmels, paddenstoelen, zwammen en mossen spreiden hun mooiste kleuren en geuren tentoon, parelsnoeren van bedauwde spinnenwebben en ragfijne draden van herfstspinnetjes glinsteren in de kleurenpracht van knabberige herfstbladeren en kastanjebolsters. Voor sommigen ware Halloween taferelen, voor ons een unicum: DE HERFST. In een nabijgelegen weide vallen we voor de charmes van het feeërieke heksenhuisje, een overblijfsel van een verbrande hoeve het Helleketelbos. Een prachtige omzwerving langs de Katteman en de hogergelegen fazantheuvel (één van de hoogste punten van Watou ,62 m, waar een oriëntatietafel werd geplaatst) wandelen we richting “de Pauw” voor onze 3e stop. Moment om onze honger te stillen met een warm tomatensoepje en een boterham.

   

We bewandelen ook soms een deel van het Smouthoukpad. In vervlogen tijden een gebied van noeste arbeiders die amper genoeg verdienden om wat smout te kopen voor op de boterham, terwijl de gegoede klasse woonde op de ' Boterhoeck '. Dan kwamen we aan de Spaarpotweg aan! Keuze uit natuur of verhard terrein… Velen mispakten zich door het pijltje “natuur” te volgen. Het zag er allemaal goed uit met een redelijk proper stukje asfalt in den beginne. Maar wat volgde was voor velen pure ellende. Vele zware modderstroken met enkele valpartijen als gevolg. Eventjes werd door de organisatoren getwijfeld of ze deze strook zouden schrappen. Maar het is zoals de parcoursmeester zei: iedereen had de vrije keuze om dit stuk al dan niet te bewandelen. Op het einde van deze ellende konden we onze wandelschoenen wat proper wrijven in de groene grasranden om zo via de Palingstraat naar onze volgende halte te stappen.

 

In de prachtig vernieuwde parochiezaal werd er nog wat nagepraat over de voorbije laatste kilometer met een hapje en een drankje. Het gerenoveerde pand dateert van 1827 en werd volledig gerestaureerd en uitgebreid met een nieuwbouw. Op naar de laatste 6 km. Langs een deel van het warandepad kwamen we aan het volgend gehucht aan: “de Warande”. Ook hier waren de landbouwers nog volop aan het werk op hun velden. Toch een niet te onderschatten beroep!  De voorbije kilometers flirtten we telkenmale met de Franse grens maar langs de “Warande Straete” op het grondgebied van Steenvoorde kregen we dan toch nog de verhoopte “frontiere”  voorgeschoteld. Langs een stuk onverharde weg van de “Swaerte Straete” stapten we iets verder over de “Ey Beque”. De Heidebeek, in het Nederlands genaamd, is een riviertje in Noord-Frankrijk in het stroomgebied van de IJzer. Het riviertje ontspringt op de Kasselberg, komt door de Franse gemeenten Terdegem en Steenvoorde en vormt zes kilometer lang de grens tussen de Franse gemeenten Winnezele en Houtkerke en het Belgische Poperinge, vóór het in de IJzer uitmondt nabij Haringe. In 1778, vormde de Heidebeek stroomafwaarts al vanaf Steenvoorde de grens met de Oostenrijkse Nederlanden. Langs de Winnezeelestraat, net over de Heidebeek, die de eigenlijke grens vormt, treffen we een typisch grenscafé aan, genaamd: “A la frontière Belge”. Zeer gekend bij een vorige generatie commiezen of douaniers…

  

De 'frontiere' bracht ons veilig terug op Belgische bodem en luidde het einde in van een voortreffelijke, aangename wandeldag. In de overvolle Bollaard was het lekker nagenieten met een fris streekbiertje, een heuse echte Franse Picon en een overheerlijke warme pannenkoek. Een dikke proficiat aan de Witsoonestappers Krombeke met hun uiterst geslaagde Frontieretocht, waarvoor maar liefst 876 wandelfanaten kwamen opdagen.

Geniet mee van enkele sfeerbeelden :

ONZE
PARTNERS

Webdesign by digicreate